Parbode cover 117

Parbode is een opinieblad en verschijnt maandelijks sinds mei 2006.

Voor meer informatie: www.parbode.com

Redactie Suriname
Wichersstraat 10 A
Paramaribo, Suriname
T: +597 - 473922


Uit Parbode 116, december 2015:


Sandew Hira, het egotrippende broertje van John Baboeram

 Sandew Hira, het egotrippende broertje van John Baboeram


Tekst Jaap Hoogendam

Desi Bouterse en Sandew Hira zijn in het weekend van 28 november op zoek gegaan naar de waarheid rond de Decembermoorden. De kans dat Bouterse schoon schip maakte, is erg klein. En wie is die Hira trouwens? We zochten het uit en onze conclusie is verbijsterend. De man gaat gebukt onder een groot ego en kijkt niet op van een dode meer of minder. Ze liggen elkaar wel, deze heren.

Sandew Hira (60), opgegroeid in Suriname, woont vanaf zijn vijftiende in Nederland - een Surinaamse Nederlander dus. Hij is econoom, studeerde rond 1980 af met een scriptie over ‘de geschiedenis van het verzet in Suriname, 1630 tot 1940’. In de inleiding schrijft hij mee te willen helpen aan ‘de ontwikkeling van een marxistische traditie in Suriname’. Hij is supporter van Maurice Bishop (zie kader), de leider van de marxistische revolutie op het Caribische eiland Grenada, en Hira wordt om dat gedachtengoed te verbreiden voorzitter van het Grenada-comité in Nederland. Hira is dus marxist te noemen, een belangrijk punt om hem beter te begrijpen.

Sandew Hira heet eigenlijk Dew Baboeram en is de jongere broer van advocaat John Baboeram, die nu 64 jaar oud zou zijn geweest. Omdat hij opkwam voor herstel van de democratie is hem een groot deel van zijn leven afgenomen, want hij was nog maar 31 jaar toen hij werd geëxecuteerd op 8 december 1982. Na het openen van de lijkzak in het mortuarium bleek hij bovendien ernstig te zijn mishandeld: hij had gebroken kaken en zijn tanden waren naar binnen geslagen.

Zoals Hira een nabestaande (zie kader) van John Baboeram is, zo zijn er meer. Niet in de laatste plaats zijn weduwe en zijn zoon, die allebei woedend zijn vanwege de huidige acties van Hira. In een persbericht verklaren ze dat zijn gesprekken met Bouterse niets anders dan ‘een kromme waarheid’ zullen opleveren. Hira’s argument dat rechtspraak dertig jaar lang tot niets leidde, vegen ze van tafel: ‘De rechtsgang in deze zaak kwam niet op gang omdat de situatie in Suriname toen nog erg fragiel was. Bij toenmalige regeringen heerste angst om tot onderzoek naar de mensenrechtenschendingen over te gaan’. Dat Hira het resultaat van zijn gesprek met Bouterse nota bene op 8 december wil openbaren, getuigt opnieuw van weinig respect voor de nabestaanden. Het is hun dag de vijftien slachtoffers te gedenken.

 

Miljoenen slachtoffers

Waar komt deze ongevoeligheid vandaan? Het gedrag van Hira is te verklaren vanuit zijn opvattingen en sympathieën. De marxist Hira publiceerde in de jaren tachtig geregeld in het Nederlandse communistische dagblad De Waarheid. In de editie van 21 januari 1983, enkele weken na de Decembermoorden, prijst hij de revolutie op Grenada en vergelijkt die met de situatie in Suriname. De moord op zijn broer noemt hij niet, evenmin de aanmoediging van Bishop keihard in te grijpen in Suriname, terwijl hij daarvan als voorzitter van het Grenada-comité wel op de hoogte was.

Als je in die jaren nog de marxist uithangt, dan kijk je niet op van een dode meer of minder. In Rusland en China had het marxisme al tientallen miljoenen slachtoffers gemaakt en in 1979, het jaar dat Hira de revolutie op Grenada ging steunen, kon de stand opgemaakt worden van wat het marxisme Cambodja had gebracht. In de vier jaar dat de Rode Khmer aan de macht was, werden gezinnen uit elkaar gehaald, moesten familieleden elkaar aangeven en was het ‘hebben van een broer’ eerder een nadeel dan een voordeel.

Van de zeven miljoen inwoners werden zodoende twee miljoen vermoord, meer dan een kwart van de bevolking. Dat zijn duizend moorden per dag, vier jaar lang. Desondanks bleef Dew Baboeram achter het marxisme staan en verzweeg de moord op zijn broer, wat gemakkelijk was door het voeren van de schuilnaam Sandew Hira. Zijn initiatief richting Bouterse is in dit licht beter te begrijpen, want wat doen een paar Decembermoorden ertoe?

Mislukte revolutie

De belangstelling van Hira voor Grenada vermindert na het mislukken van de revolutie daar. Toen ook Bouterse als een blad aan de boom omdraaide na het Braziliaanse dreigement Suriname binnen te vallen als ze hun marxistische sympathieën niet zouden afzweren, werd het tijd voor Hira de bakens te verzetten en zich meer op Nederland te richten.

Met de immigratie van 150.000 Surinamers en minstens zoveel Turken en Marokkanen begint de multiculturele samenleving een interessant onderwerp te worden. Hira richt daarvoor in 1996 Amrit Consultancy op, een ‘bureau voor sociaalwetenschappelijk onderzoek rond de multiculturele samenleving’. Het bureau is gevestigd in een woonhuis in een Haagse straat, we nemen aan dat Hira daar zelf woont. Hij noemt zich directeur, maar of hij ermee aan de kost komt is de vraag, want bij de Kamer van Koophandel blijkt dat hij geen jaarrekeningen deponeerde, en dat is nu eenmaal verplicht.

Op zich is hiermee niets aan de hand, want niet elk bedrijf hoeft succesvol te zijn. De volgende stap van Hira verbaast echter. Hij begint het International Institute for Scientific Research. Het zit in hetzelfde woonhuis met dezelfde doelstelling, maar nu in het Engels en ondergebracht in een stichting, en die hoeven geen financiële gegevens te overleggen. Erg goed zal het niet lopen, want in de wetenschap doe je er pas toe als je veel publiceert en geciteerd wordt, en zonder doctorstitel tel je niet mee.

 

Grootheidswaan

Hits op internet leveren inderdaad een mager resultaat op. Er wordt verwezen naar enkele stukken van Hira zelf, op de website van het instituut. Zijn naam staat er niet eens onder. Ook niet nodig, want verder werkt er niemand.

De boekjes van Hira worden in eigen beheer uitgegeven, kennelijk zag geen enkele uitgeverij er iets in. De wapenfeiten van het ‘internationale wetenschapsinstituut’ stellen enorm teleur. Er is na jaren een eenmalige ‘succesvolle’ zomercursus, maar hoeveel cursisten meededen blijft vaag. Men beweert onderzoek uit te voeren, maar er wordt geen enkel project genoemd. Men organiseert internationale conferenties, maar waar dan? Nergens te vinden. Met dit alles kwam je vroeger weg, maar Google en Streetview zijn onverbiddelijk.

Het begint erop te lijken dat een ‘economieleraar vanuit zijn zolderkamertje’ interessant loopt te doen. En als niemand dat corrigeert, ga je er zelf in geloven. Het leidt tot grootheidswaan, waarmee zijn behoefte de president van Suriname privé te willen ontmoeten, is verklaard. Bouterse speelt dit spel met genoegen mee, want elke poging de boel af te sluiten is welkom. En hij weet dat Hira bij staatsgrepen van een paar miljoen doden meer of minder niet opkijkt. Bovendien is het een uitgelezen kans nabestaanden tegen elkaar uit te spelen.

 

Dekolonisatie van de geest

Hira roert in zijn afstudeerscriptie interessante kwesties aan, zoals het jarenlange verzet tegen de koloniale macht in Suriname, en hoe positief de onderdrukkers zich in het geschiedenisonderwijs hebben laten afschilderen. Hij geeft treffende voorbeelden. Toch had hij het beter daarbij kunnen laten, want zodra hij het breder trekt, gaat het mis. De laatste jaren schrijft hij veel over ‘dat het dekolonisatieproces in de wereld bijna is voltooid’, en noemt vervolgens drie fasen: ‘politieke dekolonisatie, economische dekolonisatie en dekolonisatie van de geest. We zitten thans in de laatste fase, decolonizing the mind’.

Een wel erg simpele gedachtegang, want bij nadere beschouwing blijkt dat de eerste twee fasen helemaal niet voorbij zijn. Daar weten we in Suriname alles van. De Nederlandse kolonisatoren zijn vervangen door Amerikanen, Brazilianen en vooral Chinezen. Ook als Hira het slavernijverleden beschrijft, laat hij de moderne slavernij in al haar verschijningsvormen buiten beschouwing. Het zegt veel over de ‘wetenschapper’ Hira. Hij berijdt een paar stokpaardjes, zoekt her en der bewijsmateriaal, en wat hem niet zint, laat hij buiten beschouwing.

Zijn visie op het dekolonisatieproces wordt door aanhangers van Bouterse overigens vaak aangehaald. De staatsgreep zou gezien moeten worden als onderdeel van een dekolonisatieproces, maar dit is onzin. Bouterse was een Nederlandse militair van 1968 tot 1975. Als je zo tegen kolonialen bent, ga je natuurlijk geen dienst nemen in hun leger.

Verder zit aan de door Hira beschreven ‘dekolonisatie van de geest’ kennelijk een persoonlijk aspect en dat is hier wel interessant. Hij illustreert dit in een interview in Vrij Nederland, waarin hij vertelt over de reactie van een witte vrouw: ‘Toen ik op een lezing de verschrikkingen van de Zwarte Holocaust in kaart begon te brengen, zag ik haar helemaal in elkaar krimpen. O jee, dacht ik, die komt straks psychisch in de problemen. In de pauze ging ik naar haar toe. Ik heb het gevoel dat je me persoonlijk beschuldigt, zei ze. Interessant. Ineens realiseerde ik me dat zich hier een identiteitskwestie openbaarde’. Zou Hira, diep in de jungle, Bouterse tot een persoonlijke zoektocht willen verleiden?

 

Decembermoorden

Voor wat er echt gebeurde in december 1982, heb je geen waarheidsvinding à la Hira nodig. Laten we het kort samenvatten: de staatsgreep van 1980 had geen enkele ideologische basis. De sergeanten waren verwend in het Nederlandse leger, en terug in Suriname bijzonder ontevreden over de kadaverdiscipline en de schamele lonen. Was er eerst enthousiasme voor de coup omdat de corrupte kliek was weggestuurd, al snel werden protestdemonstraties en stakingen georganiseerd. De coupplegers werden bang, en precies op dat moment kwam de marxist Bishop langs en adviseerde hen hard in te grijpen.

Van alle publicaties over de Decembermoorden is die van Jan Sariman de meest uitgebreide: ‘De decembermoorden in Suriname, verslag van een ooggetuige’ uit 1983. Sariman was minister van Landbouw en Visserij tijdens de Decembermoorden, trad daarna af om naar Nederland te vluchten. Uit zijn boek: ‘Bouterse’s Bloedraad komt samen, waarbij Errol Alibux de volgende uitspraak doet: “In deze gemeenschap moet juist een zware schok worden gebracht”. Couppleger Bhagwandas verwijst vervolgens naar een eerder gemaakte afspraak om alle zestien mannen te doden. Besloten wordt tot de oprichting van een instant-tribunaal. Voorzitter is Bouterse, naast hem zitten Horb en Bhagwandas. Een voor een worden de gevangenen voorgeleid en krijgen van Bouterse te horen dat ze ter dood zijn veroordeeld wegens ‘antirevolutionaire activiteit’, om dan afgevoerd te worden naar het executiepeloton. De mannen zijn dan al het slachtoffer van zware mishandelingen geweest’.

Bouterse heeft altijd ontkend bij de Decembermoorden betrokken te zijn geweest. Verder dan ‘ze waren verdachten van een samenzwering, werden opgepakt, deden een wilde vluchtpoging en werden toen neergeschoten’ kwam hij niet. Het bleek al snel een leugenachtig verhaal, want uit het Fort valt niet te vluchten en de kogelgaten zaten aan de voorkant van de lichamen.

Toen kwam Bouterse met een alibi aanzetten: hij was de avond van 8 december helemaal niet aanwezig in Fort Zeelandia. Kan zo zijn, maar vakbondsleider Fred Derby, de enige overlevende, verklaart later dat de moordpartij al bij vol daglicht was begonnen.

Dan gooit Bouterse het over een andere boeg en erkent zijn politieke verantwoordelijkheid. Freddy Kruisland, advocaat van de nabestaanden, reageerde droog: ‘Bouterse was bevelhebber en dat is geen politieke functie. Bovendien, hoe kan je praten over politieke verantwoordelijkheid bij een moord?’

 

Gezellig weekend in het bos

Over Hira zelf is weinig positiefs te melden. Jezelf opblazen als directeur van een ‘internationaal onderzoeksinstituut’ waar niemand werkt en niets noemenswaardigs gebeurt, is onhandig. In wetenschappelijke kringen word je daarmee als charlatan neergezet. Waarom zou trouwens een interview met de hoofdverdachte en het raadplegen van kranten uit die tijd, die nota bene door de militairen gecensureerd werden, meer ‘waarheidsvinding’ opleveren dan het jarenlange onderzoek dat heeft plaatsgevonden voor de rechtszaak? Voor een ‘wetenschapper’ een vreemde gedachtegang.

Als je al iets met waarheidsvinding zou willen doen, neem je uiteraard mensen die onafhankelijk zijn en breed gedragen worden. Dat is Hira geen van beiden. Hij houdt lezingen, maar hits komen nauwelijks verder dan socialistische boekhandel ‘de rooie rat’. Zijn scherpe opvattingen over kolonialisme en slavernij ten slotte, lijken bedoeld om het veelvoud aan slachtoffers van het marxisme te verhullen. Zou Hira misschien zelf amnestie zoeken?

Over Bouterse kan je kort zijn. Hij nam in februari 1980 een verkeerde beslissing, want met zijn charisma had hij het in de politiek ver kunnen schoppen. Maar er is geen weg terug, want na de staatsgreep en de eerste moorden hangt hem een strafproces boven het hoofd. De Decembermoorden waren een ‘vlucht naar voren’ en zouden de strafmaat zeker verhoogd hebben. Maar het effect was (en is) zo intimiderend, dat die hele strafmaat er niet meer toe doet, want niemand durft hem aan te pakken. Getuigen houden hun mond, het parlement brengt zelf de rechtsstaat om zeep door de amnestiewet aan te nemen, en wat er nog aan rechtspraak in ons land overblijft, is vooral gericht op bromfietsdieven.

Bouterse zingt zijn tijd wel uit, maar over hoe hij straks herinnerd wordt, maakt hij zich misschien zorgen. Het zal vooral zijn als de sergeant die een staatsgreep pleegde, en vijftien vooraanstaande Surinamers - die de moed hadden te strijden voor herstel van de democratie - liet martelen en vermoorden. Een ‘nationale verzoening’ met een zonderling verandert daar niets aan.

 

 

[Kader 1]

Waarheidscommissies

De eerste poging om in Suriname een waarheidscommissie in te stellen dateert van 1990. De legertop zette Ludwig Waaldijk in, een jurist die vanaf de staatsgreep verantwoordelijk was voor talrijke militaire decreten. Die keuze is met Hira te vergelijken, want zoeken naar de waarheid kun je beter aan vrienden overlaten.

Waaldijk schreef gehoorzaam een amnestiewet waarmee de legertop zou worden vrijgepleit van alle schendingen van mensenrechten. De nabestaanden wezen de voorgestelde regeringscommissie echter resoluut af en wilden alleen onderzoek laten instellen door een onafhankelijk team, met naast drie Surinamers ook twee buitenlandse deskundigen. Bovendien wilden ze het strafrechtelijk onderzoek naar de moorden voortzetten. De regering-Venetiaan nam het wetsontwerp niet over en besloot tot vervolging.

Het doel van de legertop was kortom vijfentwintig jaar geleden al tegengesteld aan dat van waarheidscommissies in andere landen, want dat berechting principieel verhinderd moest worden, bleek nergens het geval. In Argentinië en Chili zijn bijvoorbeeld na het eindrapport nog tientallen militairen voor de rechter gebracht. De volgorde is trouwens, ook bij latere waarheidscommissies, altijd tegengesteld aan de Surinaamse: eerst onderzoek, dan eventueel amnestie.

Als een nieuwe Desmond Tutu vergelijkt Hira zijn plannen graag met Zuid-Afrika, maar ook daar werd pas amnestie gegeven na een volledige bekentenis en alleen voor politieke misdrijven, want andere misdrijven zoals marteling bleven vervolgbaar. Verder ging het om een grote commissie vol Zuid-Afrikanen met een hoog moreel gezag, geen los persoon met een discutabel verleden. En de zittingen waren in het openbaar, niet verstopt in een bos. Hira moet in een vlaag van verstandsverbijstering zichzelf naar voren geworpen hebben, want het lijkt helemaal nergens op.

Hira bezocht Zuid-Afrika de afgelopen maanden, waar ze meewarig naar zijn plannen zullen hebben geluisterd. Toch verklaart Hira trots na zijn bezoek [toevoegingen in cursief van Jaap Hoogendam, red.]: ‘Wat we nu doen is uniek (inderdaad nog nooit vertoond) in de wereld, zeggen ook de mensen (wie?) die we in Zuid-Afrika gesproken hebben. De briefwisseling tussen de president en mij hebben we in het Engels vertaald en vooraf aan onze gesprekspartners voorgelegd. Ze waren verbaasd (stonden perplex) om te zien dat het mogelijk was dat een president bereid was drie dagen lang het hele verhaal (naïeve gedachte) te vertellen aan een nabestaande’.

 

[Kader 2]

Maurice Bishop

Bishop, die tot op zekere hoogte medeverantwoordelijk is voor de Decembermoorden, pleegde in 1979 een staatsgreep in Grenada, benoemde zichzelf tot minister-president, verbood alle politieke partijen op de marxistische na, mishandelde politieke tegenstanders en sloot ze zonder proces op. Zoiets vond Sandew Hira wel het steunen waard. Bishop zelf beleefde er minder plezier aan, want in 1983 werd hij door vroegere medestanders opgepakt en na een showproces voor het vuurpeloton gezet.

Toch had Bishop in die paar revolutiejaren groot succes in linkse kringen en was daarom aantrekkelijk voor de Surinaamse coupplegers die een populaire ideologische basis misten. Bouterse nodigde Bishop om die reden uit voor een staatsbezoek, want kon Bouterse het eerste jaar nog op steun uit de bevolking rekenen omdat men hoopte dat er een eind zou komen aan het jarenlange wanbestuur, in 1981 kwamen de eerste protesten. Ook uit eigen kring, want in maart 1982 pleegde Rambocus een mislukte tegencoup. In de rechtszaak die volgde, stelden de advocaten Baboeram, Hoost en Riedewald dat de tegencoup niet onwettig kon zijn, omdat het militaire regime zelf ook met een coup aan de macht was gekomen. Hiermee zijn de eerste vier latere slachtoffers genoemd. Het proces liep uit op grote demonstraties in Paramaribo.

Juist toen Bishop eind 1982 op de uitnodiging van Bouterse inging en naar Suriname afreisde, organiseerde de grootste vakcentrale stakingen. De toespraak van vakbondsleider Cyrill Daal: ‘Militairen terug naar de kazerne, alle macht terug naar het volk’ werd door radio ABC van André Kamperveen live uitgezonden. Nu zitten we op zes latere slechtoffers. De stakingen misten hun effect niet. De ministerraad was gedwongen Bishop bij kaarslicht te ontvangen omdat de elektriciteit door de stakingen was platgelegd. Bishop zag dit alles met afgrijzen aan en las Bouterse de les: ‘a revolution is not a tea party. You have to crush your enemies, just like they would crush you’. Een paar weken later werd dit advies letterlijk opgevolgd.

Als Bouterse het heeft over buitenlands ingrijpen, dan suggereert hij de Verenigde Staten. En die kans was er inderdaad, want zoals oud-minister George Schultz van Buitenlandse Zaken in zijn memoires schrijft, verkenden Amerikaanse troepen die mogelijkheden. Bijzonder is nog te vermelden dat de moeder van president Obama, de antropologe Ann Dunham, die in die tijd bij de Ford Foundation werkte, bij dit onderzoek betrokken was. Dus wie weet heeft Obama aan de keukentafel al over Bouterse gehoord. Had deze buitenlandse interventie inderdaad kunnen plaatsvinden, die andere buitenlandse invloed, namelijk het dringende advies van Bishop de dictatuur met harde hand te verstevigen, noemt Bouterse nooit.

 

[Kader 3]

Schoot Bouterse zelf?

Het maakt in de strafmaat weinig uit voor Bouterse of hij zelf executeerde, want hij was de hoogste man, en de opdracht telt. Maar de getuigenis van Horb in het boek van Sariman is duidelijk en nauwkeurig: ‘Terwijl Daal huilend voor hem knielde en op allerlei manieren verzocht om in vrijheid te worden gesteld, daagde Bouterse hem uit zijn grote mond open te doen en weer met dreigementen te komen. ‘Niemand bedreigt mij’, zei Bouterse. Toen Daal hierop begon te huilen, zei Bouterse dat een man niet huilt en dat Daal daarom geen aanspraak maakt op een geslachtsorgaan. Hij nam een bajonet van Bhagwandas en sneed Daal ermee. Daal dreigde bewusteloos te worden. Hierop nam de bevelhebber een pistool en schoot ermee’.

Ook bij het ombrengen van couppleger Rambocus heeft Bouterse een persoonlijke inbreng. Horb: ‘Toen hij zei dat de ondergang van Bouterses regime duidelijk was ingetreden, ontstak Bouterse in grote woede. Hij greep de Browning die op tafel lag, liep Rambocus achterna die net door Bhagwandas naar het platform was gebracht. Bouterse schoot vervolgens twee maal op Rambocus. Anderen vuurden nog enkele salvo's af. De bevelhebber kwam daarop terug naar binnen, pakte zijn zakdoek en veegde zich het voorhoofd’.

 

[Kader 4]

De nabestaanden

In 2014 hebben nabestaanden van de slachtoffers van de Decembermoorden aan de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) gevraagd de amnestiewet in te laten trekken, zodat het strafproces voortgang kan vinden. Het verzoek is ingediend door 59 direct nabestaanden, maar Dew Baboeram staat daar als broer niet bij. Romeo Hoost van het Comité Herdenking Slachtoffers Suriname, op de vraag of Hira een ‘directe’ nabestaande is: “Natuurlijk hebben mevrouw Kanta Baboeram en haar zoon voor ons en, naar ik aanneem voor iedereen, als vrouw en zoon van John Baboeram meer te zeggen over hun man en vader. Maar zelfs dat is niet zo belangrijk. Wat wij met zijn allen erger vinden, is het feit dat Dew nooit met de nabestaanden heeft overlegd, om daarna tijdens zijn eerste persconferentie in Suriname op vragen van journalisten te antwoorden dat hij dat niet heeft gedaan omdat hij geen adressen zou hebben. Dew weet dat ik alle adressen heb. Hij hoefde mij maar een mailtje te sturen. Dew is zo te zien op erkenning uit voor zijn in de wetenschappelijke wereld opgelopen trauma's. Deze zogenaamde waarheidsvinding is bij voorbaat gedoemd te mislukken”.

Henry Behr, broer van de vermoorde journalist Bram Behr, zegt in een interview bij ABC Actueel dat Hira, op de vraag of het niet goed zou zijn om ook met de nabestaanden een gesprek te hebben, geantwoord zou hebben: ‘Ja, dat vind ik goed, op voorwaarde dat de nabestaanden vooraf een verklaring ondertekenen dat zij dan verder afzien van de gerechtelijke zaak tegen Bouterse’.